De handdoek in de ring gooien is een makkie. Je hebt er niet eens een goede werparm voor nodig. Beetje mikken en op tijd loslaten. Dat is alles.
Beslissen om te door te gaan dan wel te stoppen met palliatieve chemokuren heeft dan ook geen enkel verband met de handdoek in de ring gooien. Het is een beslissing op leven en dood. Je eigen leven en dood. Dat is moeilijk. Zwaar. Angstig. Kiezen voor kwaliteit van leven, ook als dat betekent dat je sneller dood gaat. Kiezen voor kwantiteit van leven, ook als dat betekent dat je je doodziek voelt.
‘Ik wil niet dood zijn voordat ik echt gestorven ben.’ Het zijn deze woorden die het keerpunt markeerden. De wurggreep van de panische doodsangst, die elke kwaliteit uit mijn leven perste. Angst die meer schade aanrichtte dan de chemokuren. Doodsangst belette mij te leven voor mijn dood. Om te leven moest ik die doodsangst overwinnen. Ik had geen idee hoe ik die strijd moest gaan voeren. Wel bleek ik over enige wapenkennis te beschikken: vechtlust, energie en een flinke dosis optimistisch geloof in mijn overwinningskansen. Dat waren precies de wapens die door de cytostatica onschadelijk werden gemaakt. Chemobehandelingen vermoordden mijn gezonde sneldelende cellen, mijn optimisme, mijn energie en mijn strijdlust. Niet mijn kanker.
Ik ben gestopt met de behandelingen. Daarmee heb ik niet de handdoek in de ring gegooid. Daarmee ben ik gestopt met een hopeloos gevecht. Daarmee ben ik een hoopgevend gevecht begonnen. Ik vecht niet tegen mijn dood. Ik vecht voor mijn leven.
Met succes! Mijn doodsangst heb ik de nek omgedraaid. De kwaliteit van mijn leven is hoog. Ik schrijf. Ik maak avonturen mee, die al mijn verwachtingen overtreffen. Ik heb een boek: Stervensdruk. Ik heb columns. Ik heb een website.
Een website waar je nauwelijks medische informatie zult vinden. De strijd tegen doodsangst, de overwinning, nieuw leven: deze website biedt een impressie in woorden en beelden. Een website waar je rond kunt zwerven. Voor indrukken, voor antwoorden op vragen, voor informatie. Volg je eigen weg maar.
Dat heb ik ook gedaan; mijn eigen weg gevolgd. Dat ik mijn prognoses ruimschoots heb overleefd zie ik als puur geluk. Dit kwantitatieve gegeven komt de kwaliteit van mijn leven dan weer ten goede: geluk.
Suzanna van de Hunnen
Beste Suzanna van de Hunnen, prachtig verhaal die ik graag zou willen plaatsen op met jouw toestemming. Hartelijke groet, Iñaki
Hoi Suzanna,
Bij het lezen van de OSPA zie ik jouw verhaal staan. Meteen ben ik op deze site gaan kijken! Wat mooi! Ik ga snel opzoek naar je boek. Leuk om op deze manier iets over je te “horen”.
Groeten Lisette Kelderman
oud-Pabo studente
Ik las net je verhaal “beste wensen” met dank aan twitter. In 1 woord wow, hoe jij je kan uitdrukken vind ik echt uniek. Dank je dat ik nu voor de toekomst iets beter weet hoe ik om moet gaan met de “beste wensen” bij iemand die terminaal is. Je hebt me aan het denken gezet.
Voor 2012 wens ik jou heel veel momenten van geluk en liefde (in de breedste zin van het woord)
Warme groet, Nienke Dekkinga
Hallo Suzanna,
ik wil graag op je boek reageren maar dat wil ik niet op een openbaar medium. Niet zo thuis in de social media kan ik maar niet vinden hoe ik jou gewoon een bericht kan sturen zonder dat anderen het ook lezen. Kun je me dat vertellen, anders krijg je een reactie op twitter die heel kort is en dat zou ik nou zo jammer vinden!
Heb eeb goede jaarwisseling en ik wens je een goed en gelukkig nieuw jaar met veel lieve mensen om je heen!
Groet, Marja van der Vorst
Bewondering voor je keuze!
En een vraag: heb jij wel eens nagedacht waar de hele ‘vecht’-metafoor vandaan komt? Vechten tegen de dood, angst overwinnen? Waar zouden we toch die strijdlust vandaan hebben?
Vraag mezelf serieus af hoe het strijden en vechten in verhouding staan met de kwaliteit van leven.
Hoe dan ook; jij kiest je eigen strijd. Dat is een bewuste keuze en daar heb ik bewondering voor. Ik ga je volgen via twitter.
Wow, wat een leven lees ik hier! Prachtig en Geweldig. Van Hart tot Hart, Loet
Lieve Suzanna,
Ik heb net het geweldige artikel over jou gelezen in het onderwijsblad en ben diep onder de indruk, beter gezegd ontroerd. Ik bewonder je moed en vind het prachtig zoals jij je op school hebt opgesteld! Daarvoor moet je een krachtige persoonlijkheid hebben, veel zelfvertrouwen en een groot inlevingsvermogen. Mijn teamleidster is afgelopen november overleden aan kanker na tweeëneenhalf jaar ziekte en zij is ook zo lang als het kon naar school blijven komen. Iedereen had er wel een mening over, maar zij trok er zich niets van aan. Ik mis haar erg en vraag haar nog vaak in gedachten om advies. Ik wil je dit laten weten omdat er vaak wordt gedacht, dat je snel vergeten bent, maar dat hangt er maar vanaf wat je achterlaat. Sommige mensen zullen je nooit vergeten. Ik denk dat jij iets heel belangrijks achterlaat, een wijsheid voor het leven. Dankjewel, Suzanna, veel sterkte en geluk wens ik je toe. Gina
Beste Suzanna
Het artikel in het ABO-blad (24-maart-2012) heeft mij erg aangesproken. Ik zal uitleggen waarom.
Stukje voorgeschiedenis.
Ruim 18 jaar geleden ben ik met een virus uit Vietnam teruggekomen. Ik had daar een onderwijsproject als vrijwilliger. Het zag er toe heel slecht voor mij uit. Het heeft mijn leven en dat van mijn gezin behoorlijk op z’n kop gezet. Nog steeds achtervolgt het virus mij. Acht jaar geleden kreeg ik ook nog heel veel artrose in mijn gewrichten. Het gevolg is dat ik nu met 61 jaar volledig ben afgekeurd. Ik werkte al 26 jaar voor dezelfde HBO instelling, in diverse functies; o.a. opleidingscoördinator, assessor, stagebegeleider en vertrouwenspersoon. Mijn werk heeft een hele grote plaats in mijn leven gehad.
Ik worstelde altijd al met het feit dat collega’s niet met mijn situatie om kunnen gaan. Acht jaar is ook een lange tijd en de gewenning voor de omstanders treedt snel op. De vele directie- en managers wissels hebben daar ook geen goed aan gedaan. Op een gegeven moment sta je alleen en voel je je verlaten. Je wordt achterdochtig en voelt je niet meer gewaardeerd in je werk en inzet die je toch nog laat zien. Ik weet zeker dat men dit niet met opzet doet, maar er is altijd wel een reden dat het contact uitgesteld wordt. Het kan ook aan mij liggen, mijn “kon niet aan mij houding”. Wellicht is het voor collega’s anders om een vrouw of man in zo’n situatie te benaderen. Wellicht had ook meer gezamenlijk moeten lunchen, maar het is voor de mensen in hun pauze wel een beladen situatie. Wellicht vermeed ik die te veel en stak mijn energie in mijn werk. Na het lezen van het artikel kreeg ik ook een andere visie onder ogen. Het kan dus ook anders lopen.
Ik had dan ook voor mijzelf besloten om stilletjes te “vertrekken”. Net als jij was dit dus niet vrijwillig en daar zit natuurlijk ook een deel van de pijn. Ik heb mijn collega’s een afscheidsmail gestuurd met een bijlage (die zij op eigen initiatief konden openen). Daar hebben 25 van de ruim 100 collega’s op gereageerd. Soms mooi, meestal kort en bondig; bijna zakelijk. Als je wil, wil ik je mijn mail toesturen; jouw visie daarop zal ik waarderen.
Ik bewonder je openhouding en hoop niet dat je het erg vind dat ik er uitgebreid op reageer; jouw beleving is zo herkenbaar.
Maar hoe eindig ik nu deze brief? Dilemma!…..even wegleggen..nadenken en dan; Beste Suzanna ik wens je al het goeds toe.
Groeten F.R.
Met veel bewondering lees ik regelmatig je berichten op twitter. Ik vind het ontroerend dat je voorbij de angst juist het leven heb mogen kennen. Veel kracht en levensvreugde toegewenst. Dapper!
Ronald Verweij